Osteopathie

Osteopathie komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten . De arts Dr. A.T. Still (1828-1917) is de grondlegger van de osteopathie. “Osteopathie” komt van “osteon” (weefsel) en “pathos” (voelen).

Osteopathie richt zich op de beweeglijkheid en onderlinge relaties van alle weefsels in het lichaam. Weefsels die verminderd zijn in hun beweging worden osteopathisch behandeld door middel van milde, manuele (dus enkel met de handen) behandeltechnieken en manipulaties. Osteopathische behandeling richt zich op het weefsel waar het bewegingsverlies het grootste is. Dit kan betekenen dat behandeling niet direct plaats vindt waar de klachten door u worden ervaren.

De weefsels waarop een osteopaat werkt, zijn in een paar groepen onder te verdelen:
• Het bewegingsapparaat: de botten, de spieren en de gewrichten van ledematen en wervelkolom.
• De organen met het omliggende bindweefsel, 
• De schedel
Het zenuwstelsel, bloedvaten en lymfestelsel

Al deze weefsels liggen naast elkaar, door elkaar, zijn vergroeid met elkaar en beïnvloeden elkaar. Wanneer men zich dit realiseert, is het niet meer dan logisch dat bij lichamelijke problemen verder dient te worden gekeken.

Een praktisch voorbeeld: Bij rugklachten worden vaak de (rug-)spieren behandeld door middel van massage of oefeningen. Daarnaast wordt er wel eens een wervel ‘gekraakt’. Feitelijk wordt dan maar een deel van die regio aangepakt.

Een osteopaat kijkt verder. Dit betekent dat alles wat om de rug heen zit ook wordt meegenomen. De buik met daarin de darmen, blaas en lever, is net zo ‘n belangrijk steunpunt voor de rug als de rugspieren. Wat als de rug al langere tijd klachten geeft? Wat doet dit met de darmen? Die hebben directe verbindingen met de rug, ze wandelen niet zomaar wat rond.
Of andersom, wat als de darmen niet mobiel genoeg zijn? Problemen met de stoelgang of darmaandoeningen. Wat doet dit met de mobiliteit van de rug en wat voor invloed heeft dit op de rugspieren?